
Autonomie-gehechtheid: Wat is het?
Autonomie-gehechtheid is het vermogen van mensen tot zelfsturing in verbondenheid met anderen (Bekker, 1993; Bekker & van Assen, 2006). De extensie ‘gehechtheid’ (in het Engels ‘autonomy-connectedness’) is bedoeld om het inherent sociale karakter van autonomie te benadrukken; we ontwikkelen ons vermogen tot zelfsturing in verbondenheid met anderen vanaf onze vroege jeugd in de relaties met bijv. onze ouders en verzorgers, en werken er in het hier en nu mee in onze sociale interacties. Autonomie en verbondenheid worden in dit duale concept opgevat als onlosmakelijk geheel, als twee-eenheid. Het betreft een innovatief, relatief nieuw psychologisch concept.
Veel psychische klachten hangen samen met/ komen voort uit tekorten in de autonomie-gehechtheid. Clienten, of ze nu kampen met angst, depressie, eetstoornissen, verslavingen, overmatige stress of wat dan ook, verzuchten bijv.: ‘Vaak weet ik niet wat ik van iets vind…’; ‘Ik voel me nogal eens stuurloos…”; ‘Therapeuten vragen altijd wat ik voel, maar ik wéét dat nooit (en trouwens: niemand heeft me dat ooit gevraagd…)’; ‘Ik zie vaak op tegen nieuwe situaties…’; ‘Ik ben altijd bezig met wat anderen van me zullen vinden, sowieso niet veel goeds…’; of ze noemen een combinatie van deze en andere klachten. Kortom, men weet vaak niet wat te doen en waartoe te beslissen, heeft weinig contact met eigen behoeften, en is vaak overmatig met de (soms veronderstelde) behoeften van anderen bezig, of ‘zoekt het juist allemaal zelf wel uit’. Dit is heel lastig bij de duizenden mini-beslissingen die we per dag nemen, alsook onze grotere (levens-)beslissingen; en angst, somberheid, stress, liggen dan gemakkelijk in het verlengde. Er is een zwak ‘zelf’-gevoel, bijv. als therapeuten adviseren ‘wat meer te gaan ontspannen’, denkt men: ‘Maar hoe dan? Ik weet helemaal niet wat dat is’. Of bij het advies: “Ga dan wat meer doen wat jij wilt” realiseert men zich: ‘Maar ik weet helemaal niet wat ik wil’… Het kan ook voorkomen dat men ‘schijnautonomie’ vertoont en zich het liefst sterker voordoet dan men is: ‘Ik kan het prima allemaal zelf, geen probleem’ of ‘Ik zoek het allemaal zelf wel uit’.
In de lange traditie die het begrip autonomie kent binnen de psychologie is deze nadruk op het inherent sociale karakter ervan niet altijd gangbaar geweest. Het klassiek-psychologische autonomiebegrip, zoals afkomstig van auteurs als Mahler (et al., 1975), Erikson (1974) en Kohlberg (1984), stelde vooral het vermogen tot separatie en onafhankelijkheid centraal. Deze zienswijze is bekritiseerd omdat men een ideaaltypische volwassen psychologische competentie met eenzijdige nadruk op deze aspecten ongeloofwaardig vond: de mens als ‘kluizenaar’, los van ‘de anderen’ doet immers geen recht aan de sociale ‘aard van het beestje’. Ook werd gesteld dat de eenzijdige nadruk op ‘onafhankelijkheid’ mogelijk veeleer traditionele ‘mannelijkheid’ reflecteerde en niet zozeer traditionele vrouwelijkheid.
Autonomie-gehechtheid is dus het vermogen tot zelfsturing in verbondenheid, uitdrukkelijk iets anders dan ‘zelfbeschikkingsrecht’ of ‘onafhankelijkheid’. Het drukt ook niet een behoefte (aan autonomie) uit, het is juist een vermogen om met eigen behoeftes om te gaan, incl. binnen relaties met anderen.
Om het sociale karakter van autonomie in een beeld te verhelderen wordt autonomie-gehechtheid wel geïllustreerd aan de hand van een zwerm vogels in de lucht (Bekker, 2007), zoals bijv. weergegeven in het logo van de Stichting AET: om een gezamenlijke vlucht tot stand te brengen (en daardoor als soort en als individu te kunnen overleven) moet elke vogel twee dingen tegelijk kunnen doen: zelf goed genoeg kunnen vliegen, maar óók het eigen vlieggedrag goed kunnen afstemmen op dat van de andere vogels. De zwerm vogels van de Stichting AET is daarnaast divers qua soort en kleur. Dat is omdat autonomie-gehechtheid een diversiteitsensitief begrip is, en AET een diversiteit-sensitieve therapievorm.
Autonomie Versterkende Therapie (AET): Wat is het en is AET effectief?
AET heeft als doel: autonomie versterking. Het is een groepstherapie maar kan ook individueel worden toegepast. De ervaring leert dat veel cliënten opzien tegen deelname aan de groepstherapie, maar er, zodra ze deelnemen, heel positief over zijn.
AET omvat 15 sessies van elk 2 uur en is geschikt voor Bggz en Sggz. Niet de symptomen of stoornis vormen de focus van de behandeling, maar de persoon. Er wordt aan persoonlijke, autonomie-gerelateerde doelen gewerkt. Elke sessie wordt geleid door twee therapeuten, kent een vaste structuur en er worden specifieke oefeningen gedaan. In elke sessie staat een bepaald levensthema centraal, zoals communicatie en interactie; gezin van herkomst en hechtingservaringen en -geschiedenis; seksualiteit en intimiteit. De behandeling is geschikt voor volwassen (en oudere) vrouwen en mannen (vanaf 16+), en voor cliënten met een diverse achtergrond qua etnische herkomst. Inmiddels is er ook AET-behandelervaring opgedaan met jongeren, met een flankerende begeleiding van hun ouders. Hieraan was nog geen onderzoek verbonden, maar de ervaringen inclusief die met betrekking tot de effectiviteit van de behandeling waren heel positief.
Cliënten vinden AET een heel prettige, fijne therapievorm waar ze doorgaans veel aan hebben (zie ook: Cliënten over AET[MB1] ); en ook therapeuten ontlenen veel werkplezier aan het werken met AET.
Er bestaat inmiddels ook een blended variant van AET. Blended in drievoudige zin: 1) voor cliënten en behandelaars, in dit geval praktijkondersteuners ggz bij de huisarts (poh ggz), 2) gericht op een combinatie van CGT en AET en 3) met online en face-to-face componenten. Deze module lijkt heel bruikbaar in de praktijk van de Basis- en Specialistische ggz. Zowel hulpverleners als cliënten zelf kunnen ermee aan de slag, en ook kunnen beiden naar believen specifieke submodules gebruiken.
Inmiddels zijn er verschillende randomized controlled trials uitgevoerd die de effectiviteit van AET aantonen (o.a., Maas et al. 2019); bij angststoornissen zijn geen verschillen in (de grote mate van) effectiviteit na behandeling met CGT dan wel AET (Kunst et al., 2022). AET blijkt ietsje kosteneffectiever.